Allergie

Met voedselallergie wordt over het algemeen voedselovergevoeligheid bedoeld. Dit kan van allergische en niet-allergische ( intolerantie) aard zijn.

Binnen de voedingsleer kennen we vele verschillende voedselovergevoeligheden. Bijvoorbeeld voor lactose (melksuiker), koemelkeiwit, pinda, tarwe, rogge, haver, gerst, soja,noten, pinda’s en schaal- en schelpdieren. Ook voor vis of verschillende zaden kan er een overgevoeligheid zijn, al dan niet allergisch.

De klachten die heirmee gepaard gaan kunnen qua ernst erg verschillen. Ze doen zich meestal voor op het gebied van het maagdarmkanaal, de huid of de luchtwegen.

Het doel van de behandeling door de diëtist richt zich met name op het verminderen van de symptomen/klachten, het handhaven en/of bereiken van een volwaardige en leeftijdsadequate voeding en vervolgens , het doen van een voorstel voor gestructureerde (re)introductie of provocatie van voedingsmiddelen, de voedselinname niet onnodig beperken en natuurlijk de instructie over de praktische toepassing van het mijden van de betreffende stof waarop men mogelijk allergisch reageert.

Zo zijn er dus vele verschillende voedselovergevoeligheden en is het niet altijd makkelijk te constateren welke voedingsstof verantwoordelijk is voor de mogelijke reactie. Vaak helpt het als men al bij de arts of specialist gepast onderzoek heeft kunnen laten doen. Zo kan de diëtist dan veel gerichter werken.

De diëtist zal de voeding  beoordelen op zijn volwaardigheid, de relatie in kaart brengen tussen de voeding en de klachten, een diagnostisch eliminatie dieet samenstellen en het proces begeleiden van de eliminatie-provocatieprocedure.